Half 4. Ik rijd in mijn auto in de stralende zon en geniet van de mooie kleuren van de bomen. De radio staat aan en ik zing uit volle borst mee. Opeens zie ik op de velden een lage mist opkomen, mooi denk ik nog.... Maar een halve minuut later rijd ik opeens tegen een muur van dikke mist aan. De wagen voor me staat opeens op de rem en ook ik minder snel mijn vaart en doe mijn alarmlichten aan. In de achteruitspiegel zie ik in plaats van een stralende zon een vage bol in de lucht. Er doemen opeens lichten op van een auto die mij net op tijd ziet. Opeens is alles anders, de kleuren zijn weg en alles ziet er even grijs en kleurloos saai uit. Ik rijd langzaam verder. De lichten voor me volgend, niet te dicht er op, want als de auto voor me moet remmen lig ik er tegen aan. Ik zit krampachtig naar voren gebogen op de stoel, dichter bij het raam in de hoop dan beter te kunnen zien waar ik rijd. De radio heb ik al zachter gezet, het leuke liedje irriteert me.
Was dat nou het bord van de afslag waar ik af moet? Ik ben zo gefocust om recht achter mijn voorganger te blijven dat ik niet op let. Net op tijd neem ik de afslag en kom ik op een tweebaans weg. Nog 10 kilometer en dan ben ik thuis. Elke keer schrik ik als ik een tegenligger tegenkom, ik word even verblind en zie daarna de weg helemaal niet meer. Voor me is geen auto te zien. Zit ik goed? Ik zweet van spanning en doe de radio uit. Opeens zie ik een groot grijs vlak opdoemen, een aanhanger van een tractor met zulke kleine lichtjes die ik bijna niet zie.Dat ging net goed. Ik moet er achter blijven en hopen dat achter mij geen auto zit die snel rijdt. Gelukkig heb ik wel een mistlamp. Ik kan ook niet inhalen want een tegenligger zal ik niet op tijd zien aankomen. Ik sukkel achter de tractor aan en na een tijdje slaat hij af. Ik rijd de laatste kilometers naar huis en slaak een zucht van verlichting als ik de straat in rijd. Ik ben er. Wat een inspanning kostte mij dit. Thuis achter een kop thee bedenk ik me dat dit precies een voorbeeld is van een depressie.
Je ziet het niet aankomen. Je zit er opeens in, ziet geen licht meer, bent gefocust om op de smalle weg te blijven en kan je daardoor niet meer interesseren in wat er nog meer gebeurd. De kleuren zijn anders, alles is gedempt. Je weet niet meer wat je moet, men zegt wel dat je alles anders moet zien, maar jij ziet het niet. 'Kom op kijk vooruit...' maar als alles mistig is zie je niet zo ver vooruit.
Je bent bang voor wat er komt, je kan niet meer achterom kijken naar al het moois wat er was, want ook daar is het mistig.....
Alleen krampachtig kijken, een paar meter voor je uit, zorgen dat je niet van de weg af rijdt...... En na een half uurtje ben je uitgeput omdat het allemaal te veel energie kost....
Ik was blij thuis te kunnen komen..... Hopelijk lukt het degene die een depressie heeft ook.....
Wat heb je dat mooi omschreven! En het klopt precies!
BeantwoordenVerwijderenDank je....
VerwijderenJeetje wat een goede metafoor! Zo voelde mijn depressie inderdaad precies en wat ben ik dankbaar dat ik weer de zon kan zien... Je raakt me.
BeantwoordenVerwijderenDank je.☺️ Fijn dat je de zon weer kan en mag zien. Ik hoop dat je nooit meer in de mistbank komt. 😍
VerwijderenDat is een hele goede vergelijking.
BeantwoordenVerwijderenWat goed omschreven!
BeantwoordenVerwijderen